stamboom DEKKER

 

 

 

Poeptonnen in Alkmaar

"Je bent als de dood dat hij morst". Aan het woord is mevrouw Sman uit de Alkmaarse Spoorbuurt, die in 1975 haar hart luchtte bij een journalist. Zij behoorde tot een van de 30 Alkmaarse huishoudens die hun behoefte nog moesten doen op een gemeentelijke ton. Het betrof meest oude huurhuizen die op de nominatie stonden om afgebroken te worden en waar de huurbazen de investering in een modern toilet niet de moeite waard vonden. Twee keer in de week kwam een gemeentelijke "tonnenman" langs om de volle ton om te ruilen voor een lege. Aanvankelijk waren de tonnetjes van hout, later van ijzer. Het transport ging dwars door het huis. En altijd was er die angst voor lekkage. De ton stond in een huisje in de tuin. Het zitten er op vond mevrouw Sman niet zo’n bezwaar, al was het wel wat koud in de winter. Nee, hinderlijker was het te snel volraken van de ton. Naarmate haar kinderen groter werden, kwam er ook steeds meer in. "We zijn van beroerdigheid wel eens de stad ingegaan. Gingen we ergens een patatje halen om maar op een toilet te kunnen. Nou, dat is toch te grijs niet?" Haar man gooide de ton wel eens leeg in een gat in de tuin. Naar een verjaardag zag ze niet echt uit: "Eén ton voor dertig mensen! Dan gingen de mannen in de tuin en mochten alleen de vrouwen op de ton".


Tonnenophalers in 1954 op de Ramen (straat) in Alkmaar

Het tonnenstelsel heeft het lang volgehouden. Ingevoerd werd het in 1883. Daarvoor loosde men de poep en de pies in de grachten of in een eigen beerput. Werd het tonnenstelsel aanvankelijk bejubeld als het toppunt van hygiëne, met de opkomst van de waterspoeling na de Tweede Wereldoorlog begon men er al snel genoeg van te krijgen. Niet voor niets noemde men in Amsterdam de wagens waarmee de tonnen werden opgehaald naar een bekend merk eau de cologne "Boldootwagens". In Alkmaar gebeurde het vervoer van de tonnen vanouds met handwagens, die de tonnetjes vervoerden naar een gracht. Vandaar werd de onwelriekende lading per vlet vervoerd naar het Zeglis, waar de gemeentereiniging lange tijd was gevestigd. In de vroege morgenuren voer de "vloot van Grootegoed" (genaamd naar de toenmalige directeur van de reinigingsdienst) via het Noordhollands Kanaal de verschillende grachten binnen. In de avond rond 6 uur werd de terugtocht aanvaard, iedere vlet beladen met volle tonnen. Aan het Zeglis bezat de gemeentereiniging een eigen haventje. De tonnen werden er geleegd in grote beerkuilen. Vanaf midden jaren vijftig werden alle tonnen per auto gebracht en gehaald.
De tonnenophalers zagen er indrukwekkend uit met hun leren schorten. De enkele keer dat ze in de krant geïnterviewd werden, bleken ze best tevreden met hun beroep. Er was zelfs een ex-tonnenophaler die meende dat hij dankzij de vele bacteriën waarmee hij door zijn beroep in contact was gekomen, immuun was geworden voor allerlei ziekten. Toch vond hij het niet erg dat het tonnenstelsel aan het verdwijnen was: "Toen steeds meer mensen van de ton afraakten, deden ze er minachtend over. Daarom ben ik blij dat ik er van af ben. Voor mezelf en voor de kinderen, die er op school mee gepest werden".
Het duurde overigens nog wel even voordat de tonnen helemaal uit het Alkmaarse straatbeeld verdwenen. De gemeente moest eerst flink investeren in rioleringen. In 1956 waren er nog 3100 tonnen in gebruik. In de jaren er na nam het aantal snel af. In de jaren zeventig waren er al bijna geen tonnen meer. Maar pas op 2 februari 1983 werd de laatste ton buiten bedrijf gesteld. Misschien is er zelfs nu nog in Alkmaar her en der een tonnetje te vinden, maar dan in gebruik als plantenbak.

Er bestaat ook een administratie in Alkmaar van de poeptonnen. De naam C. Dekker, het adres en de datum zijn daarin opgenomen.

Historisch Kadaster Alkmaar

datering: 1882.08.14

bron: RAA, Arch. Reinigingsdienst 26, Tonnenregister p.137
Westerhofje 17, huis : C. Dekker, 1 ton BLOK101

internet: http://raa-hka.pictura-dp.nl/



tonnentoilet

Ook bij de familie Dekker in de 2de Landdwarsstraat (mijn grootouders) was er zeker tot 1955 een tonnentoilet. Maar die was wel veel schoner dan die van deze foto.
De "plee" bevond zich achterin het huis achter een deur en bestond uit een soort kist bestaande uit alleen een voor- en een bovenkant. In de bovenkant zat een rond gat, dat na gebruik werd gesloten met een deksel. Onder het gat stond de poepton. Het bovendeel en voorkant van de kist waren afneembaar om de poepton te kunnen wegnemen.
Af en toe nam mijn grootvader een volle ton mee naar zijn volkstuin (van het Spoor), op de bagagedrager van zijn fiets en hij ernaast lopend.

Als toiletpapier diende een blok van vierkant afgesneden krantenpapier, dat met een spijker aan de muur was bevestigd.

Terug >>

^